El Ejido, waar arbeidsmigranten onze paprika’s plukken

Veel groente en fruit in onze supermarkten komt uit de Spaanse regio Andalusië. Het werk in de kassen wordt daar veelal gedaan door illegale Afrikaanse migranten. Carlijn Teeven ging naar El Ejido, waar 30 procent van de inwoners stemde op het extreemrechtse Vox, dat ook bij de landelijke verkiezingen op 28 april belooft te gaan scoren. De gemeente is afhankelijk van de groente- en fruitteelt, maar heeft kennelijk moeite met de mensen die het werk voor een schijntje uitvoeren. Wat is hier aan de hand?

Je kunt dit verhaal ook lezen op de site van Vrij Nederland

Inzoomend op satellietfoto’s van Zuid-Spanje trekt een witte vlek de aandacht. Links van de stad Almería, tussen bergen en zee, is 40.000 hectare grond vrijwel volledig bedekt met plastic kassen. Onder die eindeloze hoeveelheid zeil wordt groente en fruit verbouwd voor heel Europa. Loop een rondje door een willekeurige Nederlandse supermarkt en je vindt er gegarandeerd meloenen, paprika’s of tomaten uit Almería.

Iedereen hier werkt in of voor de moestuin van Europa. Is het niet in de kas, dan wel in het magazijn, de plasticverwerking, de kassenbouw, de verkoop of het transport. De plukkers herken je door na vijf uur ’s middags in de bus te gaan zitten en te kijken wie er met zwarte handen van de aarde instapt.

Contant uitbetaald

Middenin de zee van plastic ligt Las Norias de Daza, een dorp binnen de gemeente El Ejido. De lokale big fivezijn er de paprika (met stip op één), de komkommer, de aubergine, de courgette en de meloen. Alaji Ndong (21) wist dat hij hier moest zijn om zonder papieren aan het werk te kunnen. De lange dagen in vaak bloedhete kassen vol paprikaplanten zijn hem de 35 euro per dag – contant uitbetaald – meer dan waard. Veertien maanden geleden stapte hij met 36 andere Afrikanen in Marokko op een boot. In zijn geboorteland Senegal was hij gambavisser geweest, dus bang voor het water was hij niet. ’s Nachts werden ze door de Spaanse kustwacht aan land gehaald.

Boubacar Lene (26) was een paar maanden eerder, ook per boot, aangekomen in de kustplaats Tarifa. Na twintig dagen in een opvangcentrum voor migranten nam hij de bus naar El Ejido, waar hij zich met zijn broer verenigde.

Alaji, Boubacar en hun vijf Senegalese huisgenoten zitten om tien uur ’s morgens voor hun kleine woning, pal naast een kas. Vandaag heeft niemand werk. De baas van Boubacar zei dat de inspectie waarschijnlijk langskomt, en dat hij dus beter morgen terug kan komen. Die van Alaji moest vanochtend naar de dokter. En dus hangen de jongens maar een beetje buiten. Nog 22 maanden, weet Alaji uit zijn hoofd, dan hoopt hij zijn familie in Senegal te kunnen opzoeken. Wie kan aantonen drie jaar in Spanje te hebben gewoond en een arbeidscontract voor minstens één jaar heeft, kan een verblijfsvergunning aanvragen. Zijn huidige baas kan hem met dat jaarcontract niet helpen, maar tegen die tijd komt het heus goed, gelooft Alaji.

Heksenjacht

Het terras van Bar El Sevillano aan de hoofdweg van het dorp stroomt vol zodra het werk in de kassen erop zit. De meeste gasten van Maria Dolores Losado – Lola voor bekenden – zijn Marokkaans. De menukaart is Arabisch en de televisie zendt een voetbalwedstrijd uit op een Marokkaanse zender. Lola’s dochter van 15 helpt achter de bar en haar 9-jarige zoontje speelt in de hoek van het café een videospel. Haar drie andere kinderen zijn buiten.

Lola en haar Marokkaanse man waren nog maar kort getrouwd toen in februari 2000 een 26-jarige Spaanse vrouw op de markt werd vermoord door een Marokkaan met psychiatrische problemen. Een paar dagen eerder waren ook al twee boeren in de gemeente door een Marokkaanse inwoner gedood. Het was de aanleiding voor een dagenlange heksenjacht op de gehele Marokkaanse gemeenschap van El Ejido. Huizen, winkels en auto’s werden vernield en in brand gestoken onder de leus ‘Weg met de Moren’. Meer dan zeshonderd politieagenten uit heel Spanje moesten eraan te pas komen om de boel onder controle te krijgen.

Lola ervoer het als een aanval op haar gezin toen bij de regionale verkiezingen in december vorig jaar meer dan 29 procent in El Ejido op de extreemrechtse partij Vox bleek te hebben gestemd. ‘Ik ben bang voor wat komen gaat,’ zegt ze over de aanstaande landelijke verkiezingen, waarbij Vox waarschijnlijk voor het eerst zetels in het Spaanse parlement zal krijgen. Lola stemt steevast op de PSOE, de socialistische partij die sinds de invoering van de democratie onafgebroken regeerde in Andalusië, maar die eind vorig jaar het veld moest ruimen voor de conservatieve Partido Popular.

Landelijk wisselen de Partido Popular en de PSOE elkaar sinds 1982 af als partij met de absolute meerderheid. Coalities sluiten is voor Spanje iets nieuws: door relatief nieuwe partijen als het linkse Podemos en het liberaal-rechtse Ciudadanos is het politieke landschap sinds een aantal jaar versplinterd geraakt.

Het land uit

Lang leken de Spanjaarden immuun voor extreemrechtse politiek, maar ontwikkelingen als de Catalaanse onafhankelijkheidskwestie en de vele migranten die door Spanje werden opgenomen toen de rechtste Italiaanse regering vorig jaar de grenzen sloot, lijken te hebben bijgedragen aan de opkomst van het nationalisme dat Vox bepleit. De regionale tak van de partij eiste aanvankelijk dat 52.000 illegale migranten het land uit zouden worden gezet, als voorwaarde voor gedoogsteun aan de Partido Popular en de liberaal-rechtse partij Ciudadanos. Pas toen de onderhandelingen leken te stranden, trok Vox die harde eis in.

In El Ejido wonen 85.000 mensen. Drie op de tien inwoners hebben een andere nationaliteit dan de Spaanse. Als de ongeregistreerde inwoners ook meegerekend zouden worden, waren dat er vermoedelijk nog meer. Veruit de grootste groep niet-Spanjaarden zijn Marokkanen (16.500 inwoners), maar er wonen in de gemeente ook veel Oost-Europeanen, latino’s en mensen uit landen ten zuiden van de Sahara. Alleen de inwoners met de Spaanse nationaliteit mogen op 28 april naar de stembus.

Spaanse ham

Op zo’n vijftig meter van Lola’s bar hangt bij Bar Acuario de roodgele Spaanse vlag aan de buitenmuur. Binnen aan de toog zit één klant, omringd door een ouderwetse blauwe walm van sigarettenrook. Eigenaar Fernando Fuentes runt de bar dertig jaar. ‘Toen ik begon, was het hier nog niet overgenomen door de Moren.’

Boven de biljarttafel hangt wat tussen 1945 en 1977 – iets langer dan het volledige Franco-tijdperk – de Spaanse vlag was. Bij de regionale verkiezingen gaf de kroegbaas zijn stem aan Vox en op 28 april zal hij dat weer doen. Trots laat hij achterin de bar een zaaltje zien. Aan het plafond hangt naast een discobal met spiegeltjes een Spaanse ham te drogen. Doordeweeks kunnen klanten zich er uitleven op de paar verouderde fitnessapparaten en in het weekend is er disco. De lokale afdeling van Vox vroeg Fuentes om het zaaltje te mogen gebruiken voor een meeting. Een eer, natuurlijk.

‘Ik weet zeker dat we gaan winnen. Er moet een einde komen aan illegale immigratie. Ze springen over het hekwerk [de hekken rondom de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla worden regelmatig bestormd door Afrikaanse migranten, CT] en denken: joepie, nu ben ik Spaans. Maar zo werkt het niet. Ik heb niets tegen buitenlanders, ik koop mijn vis en fruit gewoon bij Marokkaanse winkels hier in de straat. En de serveerster die ik zoek voor achter de bar hoeft ook niet per se een Spaanse te zijn. Maar géén Senegalese, want die werken te langzaam. Kunnen ze niks aan doen, zit gewoon in het bloed. En met een Marokkaanse vrouwen krijg je gedoe met hun mannen, dat wil ik ook niet hebben.’

De vakbond voor kas- en magazijnarbeiders

Wat tegenwoordig vanuit de ruimte te zien is als een zee van wit plastic, was vijftig jaar geleden grond waar zonder al te veel succes druiven werden verbouwd. Toen er in een poging op betere oogsten vanaf de jaren zestig plastic kassen werden neergezet die de planten moesten beschermen tegen de zeewind, bleek dat niet zozeer een gouden greep voor de druif, maar wel voor veel andere soorten groenten en fruit. De eerste tijd werkten er vooral Spanjaarden in de kassen, maar vanaf eind jaren tachtig konden die het werk niet meer alleen aan. Veel arbeiders hadden de overstap gemaakt naar de bouw, waar toen veel meer te verdienen was. In de kassen waren arbeidsmigranten hard nodig. Het werk in de kassen wordt tegenwoordig vrijwel volledig door niet-Spanjaarden gedaan. In de magazijnen is de verhouding Spanjaarden en migranten ongeveer 50/50.

Nordin, een Marokkaanse man van eind veertig, werkt sinds vijftien jaar in de kassen en wisselde talloze keren van bedrijf. Een vast contract kreeg hij nooit. Vanochtend meldde hij zich met zeven collega’s bij de vakbond voor kas- en magazijnarbeiders van Almería. Vakbondsleider José García Cuevas legt het groepje uit hoe ze via WhatsApp een locatie kunnen versturen, zodat hij later in de chaos van plastic de weg kan vinden naar hun werkgever. Nordin: ‘We krijgen 35 euro per dag betaald, moeten zonder beschermende kleding doorwerken als er met bestrijdingsmiddelen wordt gesproeid en worden afgesnauwd als dieren. Wie er iets van zegt, kan meteen vertrekken.’

Een lidmaatschap bij de vakbond kost tussen de 40 en 60 euro per jaar. Om een melding officieel te maken, moeten leden hun identiteitsbewijs laten zien. De meest kwetsbare werknemers, degenen die zich de jaarlijkse bijdrage niet kunnen veroorloven en geen verblijfsvergunning hebben, bedenken zich wel twee keer voordat ze zich hier melden.

Buiten het gebouw van de vakbond staan de broers Yassin (27) en Hassan (31) Ennaji naar een kleurrijk graffitikunstwerk te staren. ‘Brood, werk, dak boven je hoofd: waardigheid’, staat er in grote groene letters boven twee donkere gebalde vuisten. De broers wachten tot Hassan met een advocaat kan spreken, die hem werd toegewezen door de vakbond. Hassan werd ontslagen bij de kas omdat hij brutaal was tegen de baas. Hij hoopt dat de rechter zal bevestigen dat dat onterecht was. In de tussentijd vond hij makkelijk een nieuw baantje in een andere kas. De zwarte vingers waarmee hij zijn sigaret omklemt, verraden dat hij er net vandaan komt.

Yassin heeft geen werk. Eerst werkte hij net als zijn broer jarenlang in de kassen, maar dat wil hij niet meer. ‘Je moet hard werken voor weinig geld. Ik kreeg vier euro per uur en werkte acht uur per dag. Nu zoek ik naar iets anders, als het maar níet de kassen zijn.’

Trio van paprika

Vooral in de koudere maanden is Noord-Europa voor groente en fruit afhankelijk van de productie in Spanje. Een van de grotere coöperaties in El Ejido is Mabe. Zo’n 350 telers uit de omgeving leveren Mabe groente en fruit, dat vervolgens door vierhonderd werknemers in het magazijn wordt gesorteerd en verpakt. De specialiteit van het huis is het trio van rode, groene en gele paprika, verpakt in doorzichtig plastic. Producten van Mabe liggen in Nederland bij onder meer Jumbo, Albert Heijn, Coop en Aldi.

Alle medewerkers in het magazijn krijgen 13 euro bruto per uur betaald, verzekert Mabe-woordvoerder Manuel Colomor. ‘Ze werken acht uur per dag en eventuele overuren, die in geen geval verplicht zijn, worden uitbetaald.’ Op het salaris van de duizenden werknemers in de kassen heeft hij minder zicht, geeft Colomor toe. ‘Daarover beslissen de telers. Wel kan ik garanderen dat iedereen die werkt in de kassen waar wij mee samenwerken een contract heeft, en dat er dagelijks inspecties worden uitgevoerd. Wie zijn personeel zonder contract laat werken, kan per werknemer tot 60.000 euro boete krijgen.’

Naar de verdoemenis

Het is halfvier ’s middags als Valeria Ponce (28) op de parkeerplaats van de Lidl haar auto vollaadt met boodschappen. Ze is net klaar met werken. Vanaf zeven uur ’s morgens heeft ze in het magazijn rode paprika’s ingepakt voor een Spaanse supermarktketen. Als meisje van tien kwam ze met haar jongere zus vanuit haar geboorteland Ecuador naar El Ejido, waar hun moeder werk had gevonden.

Het toeval wil dat Valeria achttien jaar later bij hetzelfde bedrijf werkt dat haar moeder contracteerde, en haar daarmee aan een verblijfsvergunning voor Spanje hielp. ‘Ik heb geluk gehad,’ zegt Valeria, die een baby heeft en daarom elke dag om drie uur ’s middags naar huis mag. ‘Aangepaste werktijden voor moeders zijn hier uitzonderlijk. Bij mijn vorige baan kon ik vertrekken toen ik minder wilde gaan werken na mijn zwangerschap. Mijn huidige baas is vriendelijk, en ik krijg 6,40 euro per uur betaald. Mijn tweede contract voor vier maanden loopt bijna af, hopelijk mag ik blijven.’

Sinds een jaar heeft Valeria de Spaanse nationaliteit. Bij de regionale verkiezingen in december stemde ze voor de eerste keer. Op aanraden van haar Spaanse stiefvader Miguel stemde ze Vox. ‘Bel hem maar, hij kan goed uitleggen waarom.’

De 65-jarige Miguel gaat op 28 april voor de eerste keer in zijn leven stemmen, vertelt hij aan de telefoon. ‘Ik heb me nooit geïnteresseerd voor politiek, maar ik kan niet langer toekijken hoe mijn land naar de verdoemenis gaat. Je ziet dat Vox écht iets gaat veranderen.’ Met ‘naar de verdoemenis’ doelt de Spanjaard, die als vrachtwagenchauffeur groente en fruit uit Almería door heel Europa vervoert, in het bijzonder op de migratie. ‘Wat me dwarszit, is dat veel buitenlanders niets bijdragen aan Spanje. Ze komen voor een halfjaar in de kassen werken en zodra ze hun papieren hebben, gaan ze jatten of drugs verkopen. Als Vox het voor het zeggen krijgt, zal de orde en het respect worden teruggebracht.’

Dat Miguel zijn onderneming in de plasticrecycling moest opgeven omdat hij niet kon concurreren met de veel lagere prijzen die migranten vroegen voor hetzelfde werk, heeft naar zijn zeggen niets te maken met zijn plotselinge politieke geëngageerdheid. ‘Dit is niets persoonlijks. Als er gastarbeiders nodig zijn in de kassen, dan snap ik dat best. Maar dan moeten die mensen in hun eigen land gecontracteerd worden en zodra het contract afloopt, ook weer worden teruggestuurd. Óf het salaris voor Spanjaarden moet omhoog, zodat die het werk in de kassen wél willen doen.’

Valeria is er nog niet over uit of ze 28 april opnieuw op Vox zal stemmen. ‘Ook al ben ik zelf migrant, ik vind wel dat er strengere regels moeten komen. Ik ben het zat om me op straat onveilig te voelen omdat Afrikaanse mannen naar me roepen of sissen. Maar aan de andere kant: Vox wil het homohuwelijk afschaffen en daar ben ik het dan weer níet mee eens. Ik moet me er misschien dus nog wat beter in verdiepen.’