Geen eten, geen daglicht – waarom sluit Libische ‘opvang’ niet?

Google op ‘migranten Libië’, en termen als ‘gruwel’, ‘in het nauw’, ‘levensgevaar’ en ‘onmenselijke omstandigheden’ vliegen je om de oren. Mensen worden er in detentiecentra verkracht, vermoord en als slaaf verhandeld. De EU is op de hoogte en draagt, sterker nog, bij aan de situatie door migranten tegen elke prijs buiten Europa te houden. Aan verzoeken van onder meer de VN, ngo’s en enkele Europese politici om de detentiecentra te sluiten, gaven de Libische overheden vooralsnog geen gehoor.

Dit artikel kun je ook lezen op de site van OneWorld

Surrealistisch

De Franse Patrick Maza werkte als projectcoördinator voor Artsen zonder Grenzen een half jaar in drie west-Libische detentiecentra. ‘Surrealistisch’, zo omschrijft hij de situatie daar. Hij zag hoe kinderen gescheiden van hun ouders leven, hoe gedetineerden soms dagenlang geen daglicht zien en hoe er een tekort is aan zo’n beetje alle basisbehoeften. “Van alle missies waar ik bij betrokken was [Maza werkte onder andere in Haïti, Sierra Leone, Gaza en Afghanistan, red.], behoort die in Libië tot de meest schrijnende.”

Oproep tot sluiting
Minister Sigrid Kaag van Ontwikkelingssamenwerking (D66) was in maart vorig jaar de eerste EU-minister die opriep om de detentiecentra te sluiten. Na haar bezoek aan een centrum in Tripoli, waar ze sprak met gedetineerden en gruwelijke getuigenissen aanhoorde, concludeerde ze: ‘Aan welke kant je ook staat in dit debat, we zijn allemaal mensen. Wij hebben ontzettende mazzel gehad dat wij in Nederland zijn geboren. In die positie kunnen we wat terugdoen. Daar hoort een humaan asielbeleid bij. Dit is niet humaan.’

Migrants and refugees in Zintan and Gharyan detention centres in
Artsen zonder Grenzen

De detentiecentra raakten overvol vanaf 2017, toen de ‘EU-Libiëdeal’ werd getekend. In ruil voor financiële en logistieke steun zouden de Libiërs migranten op weg naar Europa op de Middellandse Zee tegenhouden. Veel van hen kwamen terecht in een van de detentiecentra die worden geleid door de GNA, de internationaal erkende regering van premier Fayez el-Serraj. Op het moment van schrijven zijn dat er twaalf. Daarnaast is er een onbekend aantal niet-officiële centra in het land, waar de omstandigheden zo mogelijk nog veel slechter zijn.

Maza van Artsen zonder Grenzen zag dat het een verschil maakt om in het ene of het andere centrum terecht te komen. Zo is dat in Al Khum relatief ‘open’. “Niemand heeft geld, dus soms mogen er mensen naar buiten om te werken en eten te kopen. Ook gebeurt het dat smokkelaars het centrum binnenkomen om mensen tegen betaling mee te nemen.” Over het centrum in Misratah zegt Maza: “Het is verschrikkelijk. Mensen gaan er dood omdat er niet op tijd medicijnen zijn.”

Rol van de EU

De Europese Unie financiert de Libische kustwacht met miljoenen euro’s om migranten tegen te houden, maar draagt niet direct bij aan de financiering van detentiecentra. Voor humanitaire hulp zijn de gedetineerden grotendeels afhankelijk van ngo’s, die vaak simpelweg niet genoeg tijd, geld en middelen hebben om de hoeveelheid werk aan te kunnen. Door de chaos en de onveilige situatie in Libië is het voor ngo’s bovendien niet altijd mogelijk om te werken op de plaatsen waar dat nodig is. Landen kunnen wel afzonderlijk bepalen om de humanitaire hulp te verhogen, zoals Duitsland deze zomer deed. Het land trok 2 miljoen euro uit, bovenop de eerder toegezegde 3 miljoen, om te zorgen voor veiligere en menswaardigere situatie in de centra.

De UNHCR roept haar leden, ook Nederland, dringend op om te helpen bij de evacuatie van vluchtelingen. Zij zouden moeten worden opgevangen in een Europees land (tot nu toe was Italië het enige land dat daartoe bereid bleek: het verwelkomde in april 150 uit detentiecentra bevrijdde mensen) of naar het transitcentrum voor vluchtelingen in Roemenië moeten worden gebracht, vanuit waar ze vervolgens worden verdeeld over andere Europese landen.

Libië: tussenstation of einddoel

Momenteel verblijven er in totaal zo’n zesduizend mensen in de centra. “Het zijn veelal migranten afkomstig uit landen als Ethiopië, Somalië en Sudan, die Europa als einddoel hebben”, legt Maza uit. “Maar behalve deze groep verblijven er ook nog 600.000 migranten elders in Libië. Zij komen vaak uit landen als Niger, Tsjaad of Mali, en hadden niet Europa, maar Libië als einddoel. Ze kwamen om te werken, bijvoorbeeld in de bouw: een paar maanden geld verdienen en dan weer terug naar huis. Maar nu de situatie in Libië is verslechterd, heeft een deel van deze groep inmiddels ook plannen om naar Europa te gaan.”

Migranten worden in het geweld niet gespaard. Begin juli werd een detentiecentrum in Tajoura, vlakbij de hoofdstad Tripoli, gebombardeerd en kwamen meer dan vijftig mensen om het leven. Volgens de VN was het bombardement mogelijk een oorlogsmisdrijf.

Airstrike Detention Center – Tajoura
Artsen zonder Grenzen

Even leek die gebeurtenis aanleiding voor de GNA om alle Libische detentiecentra te sluiten en migranten en vluchtelingen voor hun eigen veiligheid vrij te laten. Maar toen een paar weken later een schip met meer dan driehonderd migranten aan boord voor de kust van Libië zonk, werden 85 van de 130 geredde opvarenden ‘gewoon’ naar het deels verwoestte centrum in Tajoura gebracht. Begin augustus kondigde de Libische regering aan drie centra, waaronder dat in Tajoura, te zullen sluiten, maar onduidelijk is of, en zo ja wanneer, dat zal gebeuren.

Definitieve sluiting niet in zicht

“Vooralsnog is er geen actie ondernomen om de detentiecentra in Tajoura, Al Khums en Misrata te sluiten, zoals begin augustus aangekondigd”, laat missiehoofd Sam Turner van Artsen zonder Grenzen in Libië desgevraagd weten.

Áls Libië al overgaat tot sluiting, dan is de grote vraag wat de volgende stap is. Sigrid Kaag pleit voor open asielzoekerscentra, waar zowel migranten als hulpverleners in en uit kunnen lopen. Oorlogsvluchtelingen zouden in aanmerking moeten komen voor legale migratie naar Europa en migranten moeten terug naar het land van herkomst, vindt de minister. Maar daarvoor is samenwerking met Libië noodzakelijk – en juist dat kan best wel eens problematisch worden in een land dat een interne oorlog uitvecht en bovendien wordt bestuurd door verschillende regeringen, met elk eigen wet- en regelgeving – of juist een totaal gebrek daaraan.

Politieke chaos
Sinds de val van dictator Kaddafi in 2011 is het in Libië een chaos. De internationaal erkende regering van premier Fayez el-Serraj, gesteund door islamitische milities, strijdt tegen de troepen van Khalifa Haftar, generaal van de tweede regering in Benghazi. Een grootschalig lucht- en grondoffensief in Benghazi, uitgevoerd door Haftar in het voorjaar van 2014, was aanleiding voor de Tweede Libische Burgeroorlog, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Vanaf april wordt er stevig gevochten rond de hoofdstad Tripoli. Troepen van Haftar doen een poging op te rukken naar de hoofdstad. Tienduizenden mensen zijn de stad ontvlucht, honderden kwamen om het leven.

Maza van Artsen zonder Grenzen verwacht dat definitieve sluiting van de detentiecentra nog wel even op zich laat wachten: “Na het bombardement in Tajoura werd het centrum ontruimd en leek het erop dat de deuren definitief dicht zouden blijven. Maar de bewakers kwamen in opstand omdat zij hun baan niet wilden verliezen. Uiteindelijk werd besloten om het centrum toch open te houden.”

Opvallend is dat er volgens Maza, ondanks de extreem zware omstandigheden in de detentiecentra, een groeiende groep migranten en vluchtelingen aangeeft liever opgesloten te willen blijven. “Zij hopen een zo groot mogelijke groep te creëren om op die manier de internationale gemeenschap onder druk te zetten en duidelijk te maken dat er écht iets moet gebeuren.”

Ook mensensmokkelaars en -handelaars (niet zelden bekende criminelen met een uitgebreid netwerk), bij wie de dollartekens in de ogen springen bij het zien van zoveel migranten en vluchtelingen bij elkaar, zullen hun best doen om sluiting van de centra zo lang mogelijk uit te stellen.